Wednesday, October 04, 2006

Asia 2006 (in DUTCH) - Kazakhstan (2) and Kyrgyzstan

ALMATY (DEEL II):

De vorige email had ik verstuurd vanuit Almaty, Kazachstan, en de resterende 7 dagen dat ik daar verbleef heb ik niet heel veel bijzonders gedaan. Almaty is een vrij westerse stad en het was daarom wel relaxt om er lang te blijven plakken.

De 30ste augustus was er een nationale feestdag in Kazachstan (dag van de Grondwet), ik heb er weinig van gemerkt, behalve de vele muziek op de pleinen. De dag erna ging ik de bergen in, naar Medeu en Shymbulak. Medeu een klein plaatsje dat bekend is vanwege de ijsbaan daar. Het is de grootste en meest belangrijke schaatsbaan in de voormalige Sovjetunie, voornamelijk vanwege de hoogte (zorgt voor snellere tijden). Vanuit Medeu ben ik naar Shymbulak gelopen, een skiresort verder de bergen in. De locatie was wel mooi, het was alleen behoorlijk koud daar.

In Almaty verbleef ik in een studentengebouw bij een universiteit en op een zondag kon ik er niet meer verblijven, omdat de dag erna het nieuwe collegejaar zou beginnen. Het kostte me een hele dag om een andere betaalbare verblijfplaats te vinden, uiteindelijk kwam ik terrecht in een klein hotel op het treinstation. De medewerkers daar waren erg vriendelijk.De overige dagen in Almaty heb ik wat geinternet en ik ben nog een paar keer naar een bar gegaan met een stel Oezbeken. Ik heb ook een keer gedineerd in een retro-Sovjetunie restaurant met grote Lenin en Brezjnev schilderingen op de muur en serveersters die CCCP-tshirts dragen. Dit was het tofste restaurant dat ik tot nu toe gezien heb. Wat mij nog erg op gevallen is in Almaty waren de vele bruiloften die ik gezien heb.

Overal rijden grote trouwerij-limosines rond en in de stadsparken stikt het van de bruiden en bruidegommen.


NAAR KYRGYZSTAN:

Op 6 september verliep mijn Kazachse visum, dus op 6 september moest ik het land verlaten. Ik ging bij het busstation van Almaty opzoek naar iemand die me naar het grensplaatsje Kegen kon brengen en na ongeveer een uur zoeken had ik iemand gevonden met een oude Audi die mij voor 1500 tenge (8 euro) naar Kegen wou brengen. De chauffeur had binnen 2 uur nog 3 andere personen gevonden en rond 3 uur smiddags vertrokken we over de desolate weg door de steppe naar Kegen. Wat ik niet wist was dat de andere personen niet naar Kegen gingen, maar naar een andere plaats waarvan de afslag 100km voor Kegen was. Ik werd dus ergens in de middle of nowhere gedropt met de mededeling dat ik een andere auto moest zoeken. Niet veel later kwam er een rammelende GAZ-melktruck voorbij en de oude chauffeur nam me mee naar Kegen. Daar aangekomen was het inmiddels 7 uur savonds (5 uur voordat men visum zou verlopen) en ik heb een jongen met een oude Zhiguly (Sovjet auto die op een Lada lijkt) gevraagd om mij naar de grens te brengen voor 1000 tenge.
Om 8 uur kwam ik bij de grenspost aan en ik werd geholpen door de aardige douaniers (come with me brat...). Deze grens (Karkara is de naam) is heel erg afgelegen en de douaniers zien gemiddeld 10 autos per dag ofzo. De Kirgizische post was zo primitief dat er geen electriciteit aanwezig was en de feitelijke paspoort en visumcontrole was in een caravan....Omdat ik in het donker over de grens an het lopen was en de grenspost ergens in the middle of nowhere gelegen is, werd ik door een Kyrgyzische familie opgepikt met hun UAZ-jeeps en zij brachten mij naar de stad Karakol. De weg van Karkara naar Karakol was behoorlijk slecht en het stuk van minder dan 100km duurde over 3 uur. Uiteindelijk kwamen we rond 11 uur in Karakol aan en ik werd uitgenodigd om bij de familie thuis te verblijven.


KARAKOL EN ALTYN ARASHAN:

De eerste dag volle dag in Kyrgyzstan ging ik met het gezin naar een dorp genaamd Kurmontu om daar met andere familieleden een overleden broer te herdenken. We gingen in een stampvolle Audi (7 personen in de auto) naar het dorp en ik ontmoette hun familieleden. Een kwartier nadat we daar aankwamen werd er een schaap voor ons ritueel geslacht en daarna 'bewerkt'. Later die middag aten we van het schaap. De maaltijden gingen gepaard met gebeden, melkthee en vodka.

De mensen in het dorp zijn ontzettend vriendelijk en de gastvrijheid is magisch. Het mindere aan het bezoek was dat we continu schaapsvlees aten (wat niet echt smaakvol is) en voor Kyrgyzen is het gebruikelijk om het schaapsvet (wat als lekker beschouwd wordt) aan de gast te geven. Dus ik kreeg telkens bonken met schaapsvet voorgeschoteld....

Aan het eind van de dag keerden we terug naar Karakol, waar ik nog 2 dagen langer verbleef. Het stadje ziet er vrij deprimerend uit. Bijna alle straten zijn niet geasfalteerd en er ligt veel afval overal. Verder lopen er allerlei beesten door de stad (honden, geiten, schapen, kippen, etc.) en er rijden nauwelijks auto's. De sfeer is wel vriendelijk en relaxed.

Na een paar dagen rondgekeken te hebben in Karakol ging ik de bergen in, naar een kamp in een vallei genaamd Altyn Arashan. Ik heb het vervoer naar Arashan geregeld via Valentin, een Rus die werkt voor een guesthouse genaamd Yak-Tours. Valentin bracht mij, een Oekrainer en een Koreaanse in zijn jeep over de meest slechte weg die ik in mijn leven gezien heb (met stapels
rotsen overal en sommige stukken onder water) naar de vallei. De alpine vallei is schitterend, Zwitserland in het kwadraat, en de eerste dag ging ik gelijk fanatiek een heuvel beklimmen. De tweede dag in de bergen was regenachtig, met sneeuwval in de hogere stukken, dus die dag heb ik niet veel kunnen doen. De dag erna was het schitterend weer en ik ging samen met de Koreaanse richting het Ala-Kol meer lopen. Voordat we vertrokken vroegen we Valentin of er sneeuw in de vallei naar het meer is en hij zei: 'Snek? Njet, tolko w vysoky gory' (er ligt geen sneeuw, alleen op de toppen). Na een half uur lopen bereikten we de vallei en het was compleet bedekt met minstens 15cm sneeuw.....

We liepen voor 5 uur door de sneeuw totdat we bij de bergpas voor het meer aankwamen. Het was inmiddels 2 uur smiddags en er lag bijna 2 meter sneeuw op de steile pas, dus we besloten terug te keren naar het kamp. Eenmaal teruggekomen voelde ik dat men gezicht geheel verbrand was, dat kwam uiteraard door de felle zon op 3500m hoogte, de sneeuw in de vallei en mijn naieviteit om zonder zonnebril, zonnebrand of pet de bergen in te gaan. Hoe dan ook, deze verbranding was de ergste die ik ooit gehad heb, met blaren onder men mond en een compleet vuurrood gezicht voor 3 dagen.

Eenmaal terug in Karakol verbleef ik nog een nacht bij de familie en de dag erna ging ik per 'mashrusnaya' (minibus) naar de hoofdstad Bishkek. Vanaf de weg naar Bishkek had ik een mooi uitzicht over het Issyk-Kol meer, het grootste meer van Kyrgyzstan.


BISHKEK:
Na de 8 uur durende busrit kwam ik aan in Bishkek, waar ik een rendez-vous met een Australier genaamd Maikel en de Oekrainer Andrey had in het guesthouse. Later die avond vierden we een sabbat met 3 Israeliers.

Bishkek is zoals gezegd de hoofdstad van Kyrgyzstan en de stad heeft veel weg van Almaty. Er is niet echt veel te zien, maar het is een fijne plek om een paar dagen te hangen. Verder heb ik daar men visum verlengd, mijn was gedaan en wat spullen aangeschaft.

Het guesthouse waar ik verbleef wordt gerund door een vrij welvarende architect en zijn nichtje. De broer van de eigenaar woont ook in het huis (eigenlijk een schuurtje in de tuin) en is niet helemaal goed bij zijn hoofd. Hij is alcohol verslaafd en is dag in dag uit aan het 'uitvinden'. Hij heeft zelfs zijn eigen 'alcoholmachine' gemaakt....

Hoe dan ook, het guesthouse is een leuke plek en het ik heb daar veel andere reizigers ontmoet. We hebben een aantal keer gegeten in een goed Italiaans restaurant en we hadden een mini-Oktoberfest in een Beierse tent op de dag dat het Oktoberfest startte. Overigens, op de eerste avond dat we Italiaans aten, liep er een kerel lang het terras van het restaurant en hij spoot pepperspray het terras in. Ineens moest iedereen die buiten zat (inclusief wij) ontzettend hoesten en niezen, het gevoel was heel raar.

Na een dag of 5 in Bishkek ging ik naar het zuiden, naar een stadje genaamd Jalalabad, wat dicht bij de Oezbeekse grens ligt. De rit per gedeelde taxi was prachtig, over hoge bergpassen en door uitgestrekte valleien. Onderweg kwamen we veel herders tegen die met enorme kuddes vee over de belangrijkste weg van het land liepen. Uiteindelijk kwam ik tegen de avond aan in het vrij conservatieve provinciestadje Jalalabad.


JALALABAD EN ARSLANBOB:

De reden dat ik per taxi naar Jalalabad gereisd ben, was niet vanwege Jalalabad, maar vanwege het nabijgelegen bergdorp Arslanbob. In de ochtend nadat ik aankwam in de overwegend Oezbeekse stad, het ik echter wel wat rondgekeken. Ik zag de kleurrijke bazaar en ontmoette de Oezbeekse bevolking. Het gebied rond Jalalabad is onderdeel van de Fergana vallei (ligt grotendeels in Oezbekistan) en het was er erg heet en droog. De regio is bekend vanwege de katoen en de productie van zijde. Er is een duidelijk verschil te zien tussen deze zuidelijke regio en noord-Kyrgyzstan, het noorden is welvarender, Russischer en meer bergachtig. In het zuiden is het Islamitische geloof dieper doorgedrongen en het klimaat is een stuk heter en droger.

Vanuit Jalalabad ging ik naar een klein dorpje genaamd Bazar-Korgan, waar ik moest wisselen van auto voor de rit de bergen in naar Arslanbob. Na een uur of 3 kwam ik aan in Arslanbob en ik heb via CBT (community based tourism) een homestay geregeld bij een Oezbeekse familie. In totaal bleef ik 2 dagen in Arslanbob, gedurende die tijd heb ik een korte wandeling naar een waterval gemaakt en een tocht op een paard van een hele dag naar een andere waterval en het 'walnutforest'. Het dorp is bekend in de regio vanwege de vele walnoten en in september (toen ik er was) is het oogsttijd, dus ik kon het hele dorp in het bos bezig zien de walnoten op de rapen. Arslanbob is voor bijna 100% Oezbeeks en de bewoners zijn vrij conservatieve moslims, wat betekende dat de regels van de Ramadan (die op de 23ste september van start ging) door haast iedereen nageleefd worden. Het berggebied waarin het dorp gelegen is, is prachtig en het maakte Arslanbob tot een van mijn hoogtepunten in Kyrgyzstan. Op de 24ste ging ik samen met een Amerikaan die ik al eerder in Bishkek ontmoette (zijn naam is Jazz) naar de op een na grootste stad van het land: Osh.

Wednesday, August 30, 2006

Asia 2006 (in DUTCH) - Iran (2) and Kazakhstan

In Kashan aangekomen die middag ging ik op zoek naar een verblijfplaats, ik kwam terrecht in een klein Guesthouse. Diezelfde dag keek ik wat rond in het plaatsje en heb ik met de eigenaar van het guesthouse tv gekeken (voetbalwedstrijd Iran-Emiraten en Hezbollah-tv.....). Die dag was overigens een nationale feestdag in Iran, namelijk de geboortedag van Imam Ali (wie dat ook zij moge) werd gevierd. Men tweede dag in Kashan liep ik door de drukke bazaar en door de stoffige straten van het stadje. De meeste huizen in Kashan zijn van leem, waardoor alles er bruin, stoffig en droog uitziet. Het plaatsje is ook vrij conservatief, de meeste vrouwen dragen chadors (de zwarte gewaden), terwijl mensen in Teheran er kleurrijker uitzagen. Na een tijdje in het stadje rondgekeken te hebben ging ik lunchen in een klein restaurant. Nadat ik men Iraanse pizza gegeten had werd ik door de eigenaar uitgenodigd om naar zijn huis te komen en thee te drinken. Voor de pizza hoefde ik ook niet te betalen! Dus hij nam me mee op zijn motor naar zijn huis, waar ik thee dronk met hem en wat van zijn vrienden en familieleden. In de avond heb ik hem wat in zijn restaurant geholpen (worstjes snijden) en reden we in zijn vaders auto door Kashan. Hij reed met DJ Aligator (vage Iraanse muziek) in maximaal volume en met 120km per uur over de smalle, stoffige wegen van Kashan. Links inhalen, rechtsinhalen, stukje over de stoep.... Die avond bezochten wat van zijn vrienden die wat buiten het stadje wonen.
Men laatste dag in Kashan was het ontzettend heet, de heetste dag die ik tot dan toe gehad heb, namelijk 47 graden. Die ochtend bezocht ik nog wat dingen in Kashan, waaronder een paar moskeeen. Smiddags nam ik de bus naar Esfahan, een grote stad in het midden van Iran.
Toen ik de bus in stapte wist ik niet zeker of ik in de juiste bus zat, dus ik vroeg een man of men ticket kosjer was. Even later nodigde hij mij uit om bij hem en zijn familie te verblijven. Dit deed ik en die avond werd ik door zijn familie ontvangen in hun luxe appartement. Later die avond reden met de hele club (12 personen in 3 autos) naar een park bij de rivier om daar kebab
te eten.
De dag erna bezochten we een dierentuin (welgeteld 12 dieren) en een ander park in de stad. Die avond ging de familie terug naar Kashan (ze verbleven namelijk bij een vriend van hen in Esfahan) en ik ging naar een hostel genaamd het Amir Kabir Hostel. Dat hostel staat vrij goed beschreven in men reisgids, dus daar kwam ik veel westerlingen tegen. Waaronder ook de twee Duitsers die ik in de trein door Turkije heb leren kennen. Die avond ben ik daarom in het hostel gebleven en heb op de binnenplaats met hen thee gedronken en wat verhalen gedeeld over Iran. Later kwamen nog wat andere reizigers, waaronder een Italiaan en Belg die ik vanuit Teheran kende. In totaal bleef ik 4 dagen in Esfahan, het is echt een schitterende stad met veel parken en prachtige moskeeen. De Imam-moskee staat bekend als de belangrijste attractie in Iran en staat ook op de munten en het 20000 rial bankbiljet. In het hostel leerde ik een Amerikaan genaamd Salem kennen en een grote groep Irakezen (zij verblijven in Iran totdat hun land wat veiliger is). Met hen heb ik ook lange tijd opgetrokken. De Amerikaan deed in feite hetzelfde als de Irakezen, hij wil niet terug naar de VS totdat er een nieuwe president in het witte huis zit. Die laatste dagen in Esfahan hebben we wat bezienswaardigen gezien en een paar keer thee gedronken en een Galyan (waterpijp) gedeeld.
Vanuit Esfahan gingen ik en Salem per bus naar Shiraz, een stad zon 7 uur ten zuidoosten van Esfahan. Daar hebben we een paar dagen rondgekeken. Het was alleen niet echt een hele bijzondere stad. Vergeleken met Esfahan was het niet echt de moeite waard, maar toch heb ik wel een goede tijd gehad daar. Vanuit Shiraz hebben we een dagtocht naar Persepolis gemaakt, dat is een ruine van wat ooit de belangrijkste stad in het oude Perzie was. Het hele complex is verwoest door Alexander de Grote tig jaar geleden. Ik vond het de moeite wel waard en na afloop hebben we Dizi (traditioneel Iraans gerecht) gegeten en van een Galyan genoten met de taxichauffeur. Na een paar dagen Shiraz/Persepolis was ik van plan naar de woestijnstad Yazd te gaan. Alleen er rijden vrij weinig bussen naar Yazd en telkens als we bij het busstation kwamen waren de bussen of vol, of al weg. Hierdoor kwamen we dus nog een extra dag vast te zitten in Shiraz. Maar uiteindelijkhadden we een bus kunnen nemen naar Yazd.
Op het busstation had ik een sandwich gekocht, later tijdens de busrit ben ik daar erg ziek van geworden. Ik had koorts en hevige diaree. Door de diaree en mede omdat het in Yazd erg heet en droog is (woestijnstadje) heb ik ontzettend veel vocht verloren waardoor ik men eerste dag in Yazd heel ziek was en niets kon doen. Na een dag ben ik naar een ander, veel beter hotel verhuisd, genaamd het Silk Road Hotel. In Esfahan heb ik van veel mensen gehoord dat dit een fantastisch, goedkoop hotel is, dus vandaar dat ik verhuisde. Daar in dat hotel ben ik nog een dag of vier ziek geweest. Ik heb wat in het hotel gehangen en geprobeerd wat te eten. Na die paar dagen voelde ik me beter en ging ik met een stel Italianen en Salem naar een plek genaamd Towers of Silence. Dit was uiteindelijk het enige wat ik van Yazd gezien heb. Maar het Silk Road Hotel was een geweldige plek om ziek te zijn, het wordt mede-gerunt door een nederlander en het personeel is erg aardig. Het was erg jammer dat ik haast niets van Yazd gezien heb, want ik had mij er heel erg op verheugd. Haast iedereen die ik gesproken heb, heeft mij verteld dat Yazd de mooiste plaats in Iran is.
Vanuit Yazd moest ik per nachttrein naar Teheran, want vanaf de luchthaven daar had ik men vlucht naar Almaty gereserveerd. De nachttrein kwam rond 6 uur sochtends in Teheran aan en per taxi ging ik naar Imam Khomeini Airport. Daar moest ik nog zon 7 uur op men vlucht naar Sharjah wachten. Uiteindelijk kon ik het vliegtuig in en binnen 2 uur, rond 16.00 uur landde men vliegtuig van Air Arabia op de luchthaven van Sharjah (plaats in de Verenigde Arabische Emiraten, naast Dubai). Men vlucht naar Almaty zou om 8 uur sochtends vertrekken, dus ik had nog 16 uur in Sharjah. Vanuit de luchthaven ging ik naar het centrum van Sharjah per bus, daar aangekomen heb ik wat door het plaatsje gelopen. Het viel mij op dat Sharjah erg conservatief is. Ik heb die ene dag meer vrouwen in Burka's gezien dan tijdens mijn 20-daagse verblijf in Iran. Verder was het extreem warm in Sharjah, ruim 45 graden, maar ook heel vochtig omdat het aan de Perzische golf ligt.
Toen ik wat liep over de boulevard liep werd ik aangesproken door een Filipino die dacht dat ik Arabisch was. Even later nodigde hij mij uit in zijn appartement om daar te douchen en uit te rusten voor men vlucht naar Almaty. Dit aanbod aanvaarde ik en even later at ik Filipijns in zijn appartement met zijn vrienden/huisgenoten. Later die avond kon ik wat douchen en uitrusten, ik was ontzettend blij dat ik de Filipinos leerde kennen en was erg verrast door hun gastvrijheid.
Rond 4 uur snachts ging ik per taxi terug naar de luchthaven van Sharjah, waar ik nog een tijdje moest wachten voor men vlucht naar Almaty in Kazachstan. Uiteindelijk kon ik het vliegtuig betreden en minder dan 4 uur later landde ik op in Almaty, Kazachstan.
Dit moment is inmiddels een week geleden, ik ben nu nog steeds in Almaty. De stad is erg groen en fijn, het enige negatieve zijn de prijzen hier. Kazachstan is een vrij welvarend land (ze hebben veel olie....), waardoor alles zeer prijzig (bijna europese prijzen) is. Het koste me bijna 5 uur om een hotel te vinden dat per nacht minder dan $10 kost. Een stel Kazachen hadden me geholpen met het vinden van dit hotel, savonds heb ik Shashlyk met hen gegeten en een paar biertjes gedronken (voor het eerst sinds Turkije, alcohol in Iran is verboden). De tweede dag in Almaty kwam ik een Nederlander genaamd Bart-Jeroen tegen, met hem heb ik drie dagen door Almaty gelopen. We gingen per kabelbaan naar Kok-Tobe, een plaats in de bergen direct naast Almaty. Daar hebben we wat rondgekeken, en een koud Tian Shansky bier gedronken en Shashlyk gegeten. De tocht naar beneden deden we lopend en vervolgens aten we pizza (voor het eerst sinds weken echt westers voedsel). De overige dagen hier heb ik niet heel veel gedaan, een paar keer gepokerd op internet en de stad verkend. Verder heb ik een halve dag op het postkantoor gezeten om een pakketje met spullen naar Nederland te sturen en ik heb een nieuwe tas gekocht (men oude is kapot).
Hier in Kazachstan kan ik men Russisch ook weer ophalen, want haast niemand spreekt engels, tot men verbazing gaat het erg goed met men basic-Russisch. Bart Jeroen is inmiddels vertrokken, per fiets naar China. Op het moment deel ik men kamer met twee Tadzjieken en Boris, een dikke, ketting rokende Russische volleybal coach. Het is wel een toffe kerel, hij kijkt de hele dag fout nagesynchroniseerde Russische oorlogsfilms (zelf is hij een oorlogsveteraan van de Sovietunie - Afghanistan oorlog). Vandaag was een nationale feestdag in Kazachstan, de dag van de Grondwet. Er zijn daarom wat festiviteiten hier en er is veel muziek op straat. Ik blijf nog een paar dagen hier, morgen ga ik waarschijnlijk een dag de bergen in en de dag erna blijf ik in Almaty. Daarna ga ik per alternatieve route (er rijden bussen daar, dus ik moet een stuk liften) naar Kirgizie.
Het weer is overigens super hier, het is al een week lang 27 graden en zonnig, ik heb sinds Sofia (Bulgarije) geen regen gezien. Ik kijk heel erg uit naar Kirgizie (Kyrgyzstan), zeker ook omdat dat een stuk goedkoper en ongerepter is dan Kazachstan. Verder is alles goed hier, ik hoop dat het in Nederland ook zo is.

Wednesday, August 16, 2006

Asia 2006 (in DUTCH) - Iran

Ik zal het verhaal beginnen in Istanbul, vanwaar ik op de trein naar Iran stapte. De spoorlijn die loopt vanuit Istanbul naar Teheran wordt de TransAzieExpress genoemd en het koste me ruim 73 uur om vanuit Turkije in Iran te geraken. In de trein ontmoette ik 4 andere westerlingen, ook op weg naar Iran. 2 Duitsers, Felix en Jakob, en twee Belgen, Gregory en Eva.
Gedurende de treinrit zat ik praktisch de gehele dag in de restaurantwagon van de trein, wat te praten met de Duitsers en met wat Iraniers. De rit was echt schitterend, de trein was vrij lux (en goedkoop) en ik kon heel Turkije vanuit mijn raampje voorbij zien komen (waaronder Kayseri). Na een dag of twee arriveerde de trein bij een meer in Oost Turkije genaamd het Van meer. Aan de westerlijke oever van het meer stapte iedereen de trein uit en stapten we op een boot om het meer over te steken. Aan de oosterlijke oever zou een Iraanse trein op ons wachten en s avonds konden we de trein naar Teheran betreden. In de nacht die volgde passeerden we de Turks-Iraanse grens en vanaf die dag (5 augustus) was ik in Iran. De voorzetting van de treinreis door Iran was schitterend, de trein reed door dramatische berggebieden en over kale droge hoogvlakten. Behalve de uitzichten kon ik in de trein al wat over het land leren, ik heb met
ontzettend veel vriendelijke Iraniers over hun land gepraat en gediscusieerd en ik kon met hun hulp al wat Farsi (taal die in Iran gesproken wordt) leren. Uiteindelijk kwam ik rond middernacht aan in de hoofdstad Teheran en ik ging per taxi naar mijn kleine hotel. O ja, van de
conducteur in de Iraanse trein kreeg elke passagier een kadotje voor het reizen met de Iraanse spoorwegen: een blik tonijn....
De volgende dag had ik men eerste volle dag in Teheran en die dag dwaalde ik voor uren door de stad. Het was ontzettend warm, zon 43 graden, en in de stad was eigenlijk vrij weinig te zien. Teheran is een enorme metropool (ruim 12 miljoen inw.), is zeer druk en vervuild, en vrijwel alle gebouwen zijn lelijke betonnen blokken. Het verkeer in de stad is extreem chaotisch, ik heb geen enkel verkeerslicht gezien dat ook echt werkt, een straat oversteken is suicidaal te noemen en Iraniers rijden autos en motoren als gekken.
Nadat ik voor uren door de stad gelopen had was ik behoorlijk verdwaald, maar ik vond met de hulp van de Iraniers uiteindelijk mijn weg terug naar men hotel. De rest van de dag heb ik in het hotel gehangen, pratende met Iraniers en wat westerlingen. We vertelden verhalen en maakten wat grappen enzo. In de avond liep ik wat door een park, zoekende naar kebab, en ik werd door een aardige Iranier aangesproken en met hem dineerde ik. Zijn naam is Reza en de dag erna wou hij me wat rondleiden door de stad. Dus de tweede dag in Teheran ontmoette ik hem, we ontbeten en vervolgens liepen we samen door de stad. Ik bezocht de voormalige Amerikaanse
ambassade, die is vol geklad met anti-Israel en anit-USA leuzen en beschilderingen. 'We will make America face a severe defeat', 'down with Israel', beschilderingen van het vrijheidsbeeld met een doodshoofd en hezbollah vlaggen zijn daar te zien. Er lagen bij de ingang van de
voormalige ambassade ook vlaggen van de VS en Israel op de grond, zodat als je het gebouw binnen wou gaan je over de vlaggen moest lopen. Toen ik per metro terug ging naar mijn hotel liep ik helemaal naar de voorkant van het het perron, omdat het druk was achterin. Maar toen ik de metro instapte keek ik om mij heen en ik zag alleen maar vrouwen... Allemaal gekleed in chadors (zwarte gewaden die alles bedekken behalve het gezicht en de handen). Het bleek dus dat metrowagons in Iran gescheiden zijn, hetzelfde wordt gedaan in bussen (mannen voorin, vrouwen achterin). In de metro werd ik raar aangekeken, maar niemand zei iets.
Eenmaal terug in het hotel deed ik hetzelfde als de dag ervoor, niet echt veel. Wat met de Iraniers praten, wat cay (thee) drinken en ik heb men was gedaan. Ook ontmoette ik daar een jonge Belg en een Italiaan, waarmee ik in de avond om ging.
De volgende dag ging ik smiddags per bus naar Kashan, een klein woestijnstadje zon 3 uur ten zuiden van de hoofdstad.

Wednesday, August 02, 2006

Asia 2006 (in DUTCH) - Eastern Europe and Turkey

Na een weekje in Duitsland en vijf dagen in Tsjechie vertrok ik op de 23ste juli per bus naar Budapest, hoofdstad van Hongarije. Budapest is vergelijkbaar met Praag, een centraal Europese stad met veel histrorie. In totaal bleef ik vier dagen in Budapest. De stad bestaat eigenlijk uit drie steden die tot elkaar gegroeid zijn, de grootste zijn Buda en Pest. De eerste twee dagen spendeerde ik vooral in Pest, waar men hostel zich ook bevond. De andere twee dagen liep ik vooral door Buda. In de stad ging ik vooral om met twee Amerikanen, Marc en Becky. We bezochten wat bezienswaardigheden in de stad, zoals het Kasteel van Buda, Heroes Square en een ondergronds labyrint. In de avond zijn we een paar keer naar een terrasbar geweest voor een Hongaars biertje.
De vierde en laatste dag in Budapest ging ik naar het treinstation om men ticket naar Sofia te kopen. Alleen het wachten op dat treinstation voor men ticket duurde in totaal bijna anderhalf uur, omdat de ticketverkoop nog op vrij primitieve wijze verloopt. Alle tickets worden nog uitgeschreven en er zijn geen computers op het station. Uiteindelijk had ik dan men ticket gekocht en die avond stapte ik in de TransBalkan expres trein naar Sofia, de hoofdstad van Bulgarije. De treinrit duurde bijna 30 uur, dit kwam met name door de trage grensovergangen tussen Hongarije - Roemenie en Roemenie - Bulgarije. Opvallend is dat de trein bijna helemaal leeg was, in mijn wagon zaten drie mensen (ik, de conducteur en een Ier). Het einde, dus de route door Bulgarije, was erg leuk, want het Bulgaarse landschap was erg mooi. En omdat de conducteur een Bulgaar is, vertelde hij veel over zijn land en over de treinroute enzo. Uiteindelijk kwam ik ‘s avonds laat aan in Sofia, ik verbleef in een klein hostel in de binnenstad.
Mijn kamer deelde ik met nogal vreemde types. Het waren drie Albanezen, waarvan een kwam uit Macedonie, een uit Kosovo en een uit Albanie zelf. En volgens mij werken deze Albanezen voor de lokale mafia. Ze waren ‘s nachts namelijk vaak weg, een van hen heb ik beide nachten helemaal niet gezien. En overdag sliepen ze, rookten ze tig sigaretten achter elkaar, spendeerden ze uren achtereen in het casino, of ze keken naar Bulgaarse pornofilms. Toen ik vroeg wat voor werk ze deden, zei een lachend: Boss Mafia. Heel apart allemaal... Overigens waren ze wel erg aardig, een van hen sprak vloeiend Duits en een ander vloeiend Frans, dus ik kon met hen praten. Ze gaven me ook wat voedsel, als in vers fruit en pindas enzo.
De stad Sofia is erg apart. Het heeft niet echt een centrum en het is echt een arme, voormalig communistische, hoofdstad. Er zijn wel ontzettend veel kerken (orthodoxe) in Sofia, vooral de Alexander Nevski kerk is erg mooi. In totaal bleef ik twee dagen in de Bulgaarse hoofdstad. Vanuit Sofia nam ik dan de trein naar Istanbul. In Sofia kwam de trein al drie en een half uur te laat aan (tis namelijk een trein vanuit Belgrado, Sofia is niet het beginpunt) en gedurende de reis liep de vertraging op tot in totaal ruim 6 uur. Dit kwam met name weer vanwege de slome grensovergang tussen Bulgarije en Turkije.
Maar sinds eergister ben ik dan in Istanbul. De stad is enorm, het heeft meer inwoners dan Nederland en is opgedeeld in een Europees en een Aziatisch deel. Ik verblijf in een goed hostel in de binnenstad (Sultanahmet) en het leuke aan het hostel is het dakterras met prachtig uitzicht over de Bosporus en de twee grote Moskeeen Aya Sofia en de Blauwe Moskee. De eerste dag in Istanbul heb ik niet echt veel gedaan, ik was nogal moe na de treinrit en door die vele vertraging was de dag ook al bijna voorbij. De tweede dag in Istanbul (gister) heb ik wel veel gedaan. Ik ben in beide grote Moskeeen geweest, heb een paar boottochten over de Bosporus gemaakt naar Azie en verder liep ik veel door de stad. De sfeer is heel oosters, hoewel sommige delen van Istanbul redelijk Europees zijn. Verder is de stad echt prachtig, naar mijn mening de mooiste plek waar ik tot nu toe geweest ben. Gisteravond heb ik met wat andere lui in het hostel een Turkse waterpijp geprobeerd en dronken we een paar biertjes. Vandaag heb ik uren lang over de Grand Bazaar gelopen, dit is een enorme Bazaar, heel druk ook daarbinnen. Maar de sfeer die daar heerst is echt heel goed, het voelt echt als een compleet andere wereld dan West Europa.
Zometeen ga ik een kebab tentje opzoeken en nog wat door de stad lopen. Vanavond ga ik dan per trein naar Iran. De volgende mail zal over ongeveer een week komen, mocht ik de eerste paar dagen in Iran overleven.

Saturday, July 01, 2006

Asia 2006 - Route maps



My journey in Asia from July 2006 until January 2007.

Countries visited: the Netherlands, Germany, Czech Republic, Slovakia, Hungary, Romania, Bulgaria, Turkey, Iran, UAE, Kazakhstan, Kyrgyzstan, China, Laos, Cambodia and Thailand

Wednesday, August 31, 2005

Asia 2005 (in DUTCH) - China: Zhongdian to Hong Kong

Nadat ik de vorige email vanuit Zhongdian verstuurd heb ben ik met de twee Fransen gaan dineren. Later die avond hebben we een mafiafilm in het hotelletje gekeken. Goodfellas was de naam van de film. De volgende ochtend ging ik met de Israelier Eyal naar het busstation. Aldaar kochten we bustickets naar Lijiang, maar omdat de eerste bus pas 's middags om twee uur zou vertrekken, hadden we nog vier uur in Zhongdian. Dus ik ging wat ontbijtten en door het stadje lopen. Ik bezocht wat kloosters en een tibetaanse markt. Na een paar uur ging ik weer terug naar het busstation, waar ik nog een tijdje met een Duitser gepraat heb. Hij ging met dezelfde bus als Eyal en ik naar Lijiang.
De busrit was erg leuk, de wegen waren vrij goed en we reden continu langs de Yangtzirivier (de langste in China). De twee Fransen gingen overigens niet naar Lijiang, zij gingen een gletscher in Deqin beklimmen. In Lijiang aangekomen gingen we opzoek naar een verblijfplaats. Eyal wilde perse in een zogenaamd 'Mama-en-Papa-Hotel' verblijven, alleen dit konden we niet vinden. Uiteindelijk vonden we een klein Naxi-hotelletje. Na gedineerd te hebben raakten we verdwaald in Lijiang, maar uiteindelijk kwamen we weer in het hotel aan. De rest van de avond heb ik wat met de Chinezen in het hotel rondgehangen.
De volgende ochtend ging ik met Steff, de Duitser, naar de Black Dragon Pool Park. Dat is een soort stadspark. De entree was 60 yuan, dat vonden wij teveel, dus we namen een alternatieve route het park in. We beklommen wat muurtjes en doorkruisten wat beekjes en uiteindelijk waren we in het park zonder te betalen! In dat park hebben we in een roeibootje gevaren en verder niet zoveel bijzonders gedaan. De dag erna gingen ik en Steff fietsen naar een dorpje genaamd Baisha. De fietstocht was erg leuk en in Baisha aangekomen kwam er een oud Naxivrouwtje (Naxi is een chinese minderheidsgroep die leven in Lijiang en omgeving) naar ons toe en vroeg of we thee wilden komen drinken bij haar thuis. Dat deden we en na de thee gaven we haar wat yuan. Later fietsten we naar de kliniek van de wereldberoemde Doctor Ho. Doctor Ho is een man van 82 jaar die elke dag van de week mensen onderzoekt en eventueel medicijnen geeft zonder dat je ervoor hoeft te betalen. Doctor Ho heeft mij onderzocht en geconstateerd dat ik gezond was, hij gaf mij wat thee dat mij nog gezonder kon maken. De dag erna gingen Eyal en Steff naar de zogenaamde TigerleapingGorge, een kloof niet ver van Lijiang, zij gingen een tweedaagse trektocht in de kloof maken. Ik bleef in Lijiang en ik liep wat door de oude stad. 'S avonds bezocht ik het zogenaamde Naxi-Orchestra, een traditionele Naximuziekvoorstelling. Er was weinig aan, omdat van de twee uur dat de show duurde het anderhalfuur praten was van de orkestleider. En alles wat hij zei, zei hij in Chinees. Hij ging over elk liedje en elk instrument iets vertellen. De muziek was aardig, alleen dat was maar een half uur. Gisteren was mijn laatste hele dag in Lijiang, ik wilde deze dag nog blijven zodat ik de twee Fransen, de Duitser en Israelier weer kon ontmoeten. Gisteren werd ik door twee chinese meisjes uitgenodigd om bij hen thuis te lunchen. Ze spraken beide redelijk engels. Ik maakte ook kennis met hun oom Dowson, ik moest hem Uncle Dowson noemen. De meisjes heten Annie en Angel (hun engelse namen). Na de lunch wilden we gaan vissen, er kwam alleen weinig van vanwege het weer. Bij de visvijver stond ook een waarschuwingsbordje met daarop de engelse tekst: 'Fall into the water carefully'..... Na het 'vissen' maakte ik kennis met hun vrienden die de hele middag kaarten. Ik kreeg bij de familie thuis een diner en 's avonds ging ik op zoek naar de twee Fransen. Uiteindelijk heb ik hen gevonden en we hebben nog wat gepraat die avond.
Vanuit Lijiang ging ik naar Dali. De busrit door de groene bergen van Yunnan was erg mooi. Tegen de avond kwam ik in Dali aan. Het grootste deel van de avond bleef ik in mijn verblijfplaats, later rond tienen ging ik samen met een Australier het stadje in. We aten wat in een restaurantje en daarna gingen we samen met twee Nederlanders naar de zogenaamde Birdbar. Daar bleven we een tijdje en 's nachts heb ik de film Pulp Fiction (voor de zesde keer) gezien. Wat ik niet wist, was dat Dali de Marihuanahoofdstad van China bleek te zijn. Op straat lopen oude vrouwtjes, in traditionele Bai klederdracht gekleed en zij proberen hun gansha (drugs) te verkopen.
De tweede dag in Dali liep ik wat door het stadje en aldaar kwam ik Eyal (de Israelier) weer tegen. Samen met hem had ik Tai Chi en Kung Fu lessen voor ongeveer 4 uur. Vooral Tai Chi is erg lastig, maar ook erg leuk. Het was ongelofelijk wat de Tai Chi Master allemaal voor trucjes uit kon halen. De derde dag in Dali huurde ik een fiets en fietste ik wat door de omgeving. Ik bezocht een groot meer en ik reed de hele dag door de rijstvelden. Ook heb ik vanaf mijn fiets de Marihuana zien groeien langs de weg. Eenmaal terug in Dali kwam ik Eyal weer tegen, ditmaal voor de laatste keer. Mijn laatste dag in Dali deed ik niet zo veel. Ik probeerde een bergje te beklimmen, maar ik raakte wat verdwaald. Later liep ik wat door het stadje en relaxte ik wat in het hotel. 'S avonds nam ik een bus naar het treinstation en rond half tien vertrok mijn nachttrein naar Kunming.Ik kwam in Kunming aan rond half zeven in de ochtend. Ik was niet van plan in Kunming te blijven, dus ik probeerde direct een trein / vliegtuig / bus ticket te regelen. Zowel de vliegtickets als de treintickets waren uitverkocht, evenals de bustickets naar Guilin, dus ik moest noodgedwongen een bus nemen naar een stadje genaamd Nanning. Die bus vertrok om half een 's middags, dus ik had nog een paar uur in Kunming. Ik liep wat door de moderne chinese stad en vervolgens liep ik weer terug naar het busstation. Ik dacht dat de busreis naar Nanning zo'n acht uur zou duren, maar niets was minder waar. De complete busrit duurde bijna 32 uur!!!! Dat kwam omdat de bus een ontzettende omweg genomen had, vlak langs de grens met Vietnam. Verder stopte de bus continu, omdat de chauffeur meer mensen in zijn bus wilden hebben, ze probeerden dus om onderweg nog bustickets te verkopen. En tot overmaat van ramp kregen we een politiecontrole om kwart voor vier, midden in de nacht!! De agenten wilden alle identiteitsbewijzen controleren en verder doorzochten ze wat tassen. Uit de tas van een vent kwam een levende schildpad kruipen!! Het hele politiegezeur duurde ongeveer driekwartier.
De volgende dag kwam de vreselijke bus rond vier uur 's middags eindelijk in Nanning aan. Vanaf het busstation nam ik direct een stadsbus naar een ander busstation, om vervolgens direct op de bus naar Guilin te stappen. Ik was alles behalve van plan langer dan een uur in Nanning te verblijven. De busrit naar Guilin was vrij comfortabel en duurde een uur of vier. Gisteravond rond tien uur kwam ik dus in Guilin aan. Ik spendeerde de nacht in Guilin, omdat er gisteravond geen bussen meer naar Yangshuo waren. Deze morgen was het eerste wat ik deed op de bus naar Yangshuo stappen, een paar uur geleden kwam ik hier aan. Ik verblijf in een leuk hotelletje genaamd het Bamboo Guesthouse. De komende dagen blijf ik in Yangshuo en zal ik wat door de mooie omgeving fietsten.
Toen ik de vorige email verstuurde was ik net in Yangshuo aangekomen. Ik was die dag nog steeds zeer vermoeid na de lange busreizen naar Guilin en Yangshuo, dus de eerste dag in Yangshuo deed ik weinig. Ik speelde een of ander Sloveens kaartspel met twee Britten en later ging ik wat eten met twee francaises en een zwitser.
De tweede dag in Yangshuo heb ik bijna de hele dag gefietst. Ik fietste 's middags door het karstgebergte rondom Yangshuo. De omgeving is erg mooi, ik fietste langs een riviertje met aan weerszijden de bizarre bergen en de rijstvelden. Het leven in de dorpjes daar gaat heel langzaam en het is fascinerend om mensen daar bezig te zien. Op een keer raakte ik verdwaald en kwam ik midden in een rijstveld uit. Uiteindelijk vond ik mijn weg weer, maar deze weg bleek de rivier in te gaan. Ik moest dus door de rivier lopen, naar de overkant. Later op de dag fietste ik een andere richting op, waar ik weer verdwaalde. De rest van de avond spendeerde ik in het Bamboo Inn. De volgende dag maakte ik een boottochtje over de rivier Li. Ik zat samen met vier chinese toeristen en een kapitein in het bootje. De tocht was erg leuk en duurde een uur. 's Avonds bleef ik weer in de Bamboo Inn, waar ik de hele avond met de meisjes van het hotel gepraat heb.
De laatste dag in Yangshuo heb ik kookles genomen. Ik werd vroeg opgehaald om de voedselmarkt te zien. Later werd ik in een busje naar de kookschool gebracht. Ik heb geleerd om vijf chinese gerechten te bereiden in de wok. Als lunch at ik deze. 's Middags kocht ik wat souvenirs en dronk ik wat op een terrasje. Na het avondeten werd ik opgehaald om het aalscholvervissen te zien. De visser heeft een aantal aalscholver, hij laat deze aalscholvers de rivier in duiken om vis te vangen. De aalscholvers kunnen de vissen niet doorslikken, omdat zij een touwtje om hun nek hebben. Zodra de aalscholver een vis gevangen heeft, dan wordt de vogel door de visser binnengehaald op de boot en dan haalt de visser de vis uit de bek van de vogel. Het was wel leuk om eens gezien te hebben, al was het erg toeristisch. Aan beide kanten van de vissersboot was namelijk een toeristenboot.
Na het aalscholvervissen stapte ik in de sleeperbus naar Shenzhen, een chinese stad die grenst aan Hong Kong. De volgende ochtend kwam ik in Shenzhen aan en ging ik door de douane naar Hong Kong. Ik ben nu dus officieel niet meer in China. Vanuit de grenspost stapte ik op een trein naar Kowloon, in het centrum van de stad. Ik verblijf in een vrij goedkoop guesthouse, dat door een stel Indiers gerund wordt. De wijk waarin ik verblijf, Tsim Sha Tsui, is de Indische wijk van de stad, het krioelt er van de Indiers. 's Middags maakte ik een korte wandeling en ben ik bij een kapper geweest. 's Avonds ging ik naar de zogenaamde Night Market en kocht ik wat kleding. Vandaag is dus mijn tweede en laatste dag in Hong Kong. Ik ben deze ochtend met de metro naar Hong Kong Island gegaan en ik heb de Victoria Peak, de hoogste berg in Hong Kong, beklommen met een tram. Ik zit nu in een koffietent te internetten op die Peak. Het uitzicht is fantastisch!
Hoe dan ook, de rest van de dag zal ik nog wat door Hong Kong Island lopen en mijn spullen inpakken voor de vlucht van morgen. Ik vind Hong Kong niet echt leuk, de stad is wel mooi, maar er zijn te veel regels hier. Compleet anders dan China. In China kun je min of meer doen wat je wilt, maar hier krijg je een boete van 1500 Hong Kong Dollar (ongeveer 150 euro) als je betrapt wordt op het gooien van afval op de grond of spugen. Hong Kong is nog vrij Brits, men rijdt hier links en je kunt hier ook de dubbeldekkerbussen zien. Straatnamen zijn brits, zoals Bristol Avenue of Chatham Road. Wat de stad wel speciaal maakt zijn alle wolkenkrabbers, er zijn hier practisch alleen maar wolkenkrabbers en flats. Je kunt soms de top niet eens zien als je omhoog kijkt. Het hoogste gebouw is dat van de Bank of China.
Eigenlijk vind ik het erg jammer om weer terug te gaan, ik zou hier nog wel een half jaar kunnen blijven. Maar terugkijkend op mijn reis, ben ik tevreden en zeer blij dat ik naar China geweest ben, ik heb hier heel erg veel geleerd en China is echt fantastisch. Het land is vrij gemakkelijk te bereizen, ik heb eigenlijk geen problemen gehad en mensen zijn heel vriendelijk. De emails die ik gestuurd heb geven overigens maar een beperkt beeld van het land en alles wat ik hier gedaan heb, hetzelfde geldt voor de foto's die ik maakte. Yangshuo vond ik de leukste plaats die ik bezocht heb, Xian vond ik de leukste stad en ik heb mij ook heel erg vermaakt in Litang, Lijiang en Dali. Het leuke aan alleen reizen is, dat het gemakkelijk is om nieuwe mensen te ontmoeten, ik heb veel contacten overgehouden aan deze reis, zowel met chinezen als westerlingen.
Zonder twijfel kom ik nog eens terug in China, want ik heb nog lang niet alles gezien hier. Ik ga nu nog wat door Hong Kong lopen, morgenavond om 22.30 uur zal mijn Lufthansa-vliegtuig vanuit Chek Lap Kok (Hong Kong Airport) op Schiphol landen. De dag erna begint mijn introductie op de universiteit. Laatste groeten vanuit Hong Kong, Mart.

Wednesday, August 10, 2005

Asia 2005 (in DUTCH) - China: Beijing to Zhongdian

Beijing is een heel leuke, maar hectische plaats. In onze eerste dagen hebben we de hoogtepunten van de stad gezien. De verboden stad, het plein van de hemelse vrede (dat helemaal vol stond met volk), de Lama tempel en uiteraard de Grote Muur. Die muur hebben we beklommen met 35 graden celcius en hele vochtige lucht. Ik en Frans waren beide helemaal bezweet na de klim. In Beijing hebben we ook een geweldige acrobatenshow gezien, alsof die mensen geen ruggegraat hadden, ze konden zich opvouwen, in de knoop leggen, etc.
In Beijing fietsten we ook door de volkswijken, de Hutongs, wat ook heel leuk is. De wijken zijn heel traditioneel en oud. In Beijing hebben wij (ik en Frans) ook ontdekt dat China wel heel erg goedkoop is. Ik heb een pak van Giorgio ARMANI, dat wil zeggen een jasje, een broek, een blousje en een stropdas, gekocht voor 50 Eurie!! (wel afgedingd, de vraagprijs van de verkoopster was 420 euro!). Verder kocht ik een rolexhorloge voor 2 euro, het glas viel er echter na 2 dagen al uit (net als het pak made in China).
We kochten ook een paar bananen en we betaalden 1 yuan = 10 eurocent per banaan! Alle zooi (op het fruit na) kochten we op de zogenaamde Pearl Market, beter bekend als de Fake Market. Het gebouw bestaat uit 4 verdiepingen. De onderste verdieping is voor de Chinesen, daar word 'voedsel' verkocht. Ik heb een club Chinezen daar een schildpad zien neerknuppelen en verder staan er grote bakken volgestouwd met dieren. Chinezen hebben de vreemde gewoonte om al hun voedsel altijd vers te willen eten. Ook worden de dieren eerst flink gemarteld voordat ze gegeten worden, omdat volgens de chinezen de dieren meer andrenaline krijgen door het martelen en daarom ook beter smaken. Ikzelf heb drie maal Pekingeend gegeten, wat overheerlijk smaakte (de eenden zijn waarschijnlijk volgens middeleeuwse manieren gemarteld) en ik heb ook een zijderupslarve gegeten in een zijdefabriek. De larve smaakte best aardig, naar een soort pinda. Behalve al het ongedierte hebben we ook Hotpot gegeten, een soort chinese fondue. En tijdens die lunch vroeg de ober een keer:"Do you want to have rice", dus wij dachten nou rijst, lekker en wij zeiden:"oke, please". En even later kwam de ober terug en zei:"Sorry we don't have rice". Vreemd. Chinezen eten overigens drie maal per dag warm, wat dus wel even wennen is. Maar over het algemeen is het chinese voer heerlijk. Wat ons ook op viel in Beijing is dat chinezen heel harde werkers zijn. Op zaterdagnacht om 2 uur waren bouwvakkers in een bouwput naast ons hotel nog bezig. Dag en nacht werkt men hier. Het heeft waarschijnlijk ook te maken met Beijing 2008. 2008 is het magische jaartal voor Beijing, want dan zijn de olympische spelen hier. Heel Beijing vindt het geweldig en op het plein van de hemelse vrede staat een grote aftel-machine.
Op dinsdag 26 juli was het de laatste dag voor Frans in Beijing. Om 7 uur 's ochtends werd hij opgehaald vanaf het hotel en naar het vliegveld gebracht. Uit betrouwbare bronnen heb ik vernomen dat hij ook weer in Cothen is aangekomen. Ik ging diezelfde dag, maar dan 's avonds met een nachttrein naar het kleine stadje Pingyao. De nachttrein was vrij comfortabel en de volgende ochtend kwam ik in Pingyao aan. Het stadje was heel erg leuk, het is daar erg relaxed, niet zo hectisch als Beijing. Ik heb daar tal van tempels en kleine museumpjes bezocht en ook beklom ik de stadsmuur. Het stadje is heel traditioneel chinees en geeft dus een beeld van het China voor de communistische tijd. In Pingyao spreekt haast niemand engels en omdat ik bijna geen chinees spreek, was communicatie dus lastig. Met veel moeite heb ik een ontbijtje kunnen versieren voor 8 yuan = 0.8 euro. In het plaatsje liep ik wat met een Taiwanees die ik daar ontmoette en later lunchte ik voor 6 yuan. In het kleine hotelletje waar ik verbleef was een meisje dat engels sprak (een beetje) en ik heb die avond wat met de chinezen rondgehangen, wat gepraat en gekaart. De volgende ochtend ging ik met de dagtrein naar Xi'an. Het kaartje wat ik had was een zogenaamde Hardseat. Het koste haast niets, voor de tocht van 10 uur betaalde ik slechts 38 yuan = 3 euro en 80 cent, maar de tocht was vreselijk. De trein was overvol, dus ik moest 10 uur lang in het gangpad rondhangen. Ik kreeg een ton van een groepje chinezen om op te zitten, maar ik moest telkens weer opstaan, omdat er continu verkopers met karren vol voedsel en drank door het smalle gangpad moesten rijden. En omdat er bij elk station nog meer mensen bijkwamen moest ik de laatste anderhalf uur zelf zitten op de leuning van de zitbanken. De trein is ook heel erg goor, mensen rochelen op de grond en al het afval ligt ook op de grond (of uit het raam). De complete trein is een grote zwijnenstal. Ook kwam er een keer een vent de wagon binnen, de man had geen onderbenen en een verminkte rechterhand. Hij ging liedjes zingen in de trein, in de hoop geld te krijgen van mensen. De meesten gaven de man 1 yuan, ik deed hetzelfde. Hoewel de ervaring van een hardseat treinticket wel bijzonder is, neem ik voortaan enkel nachttreinen (sleepers). Dit was de eerste en de laatste keer voor mij in een chinese hardseat trein. Uiteindelijk kwam ik deze avond aan in Xi'an, ik verblijf in een simpel maar goed jeugdherbergje voor 40 yuan (4 euro) per nacht.
In Xian heb ik het wereldberoemde Terracottaleger gezien. Een compleet leger bestaande uit poppen van klei. Het terracottaleger is net zoiets als de chinese muur, als je het een keer gezien hebt dan is dat genoeg. Veel leuker in Xian is namelijk de moslimwijk. Ik heb daar uren rondgedwaald en genoten van alles wat die mensen deden. Je kunt daar de aroma's van allerlei islamitische lekkernijen opsnuiven terwijl je je verbaasd over de vele restaurantjes, straatkappers en ouwe sokken die zich buigen over een spelletje kaart, Mahjong of chinees schaken. De sfeer daar is onbeschrijfelijk, ik heb ook geen foto's gemaakt, want daarmee is de moslimwijk niet te omschrijven. In Xi'an heb ik ook wat gelopen met een Limburger, een peruaan en een
israelier. Toen ik op een avond samen met de Limburger Marcel gedineerd had, stond er een bedelaar aan de andere kant van het raam te wijzen naar het voedsel dat wij niet opgegeten hadden. We lieten het inpakken en bezorgde de man zijn diner. Xian is een fantastische stad, maar er is een ding erg vervelend. Dat zijn de vele prostituees in Xian. Ze doen zich voor als zogenaamde 'hairdressers', maar achter in de kapsalons staan grote sofa's met een gordijntje ervoor. Ze komen naar mannen toe en vragen of ze een 'massage' kunnen gebruiken. Maar wees verder gerust, ik heb mij weten te beheersen. Vanuit Xian vertrok ik op een dag naar een heilige berg Hua Shan, die ik wilde gaan beklimmen. Vanuit Xian had ik echter de verkeerde bus genomen. Ik nam een minibus en die vertrekken pas wanneer die helemaal vol zijn. Gevolg was dat de bus pas twee uur nadat ik instapte vertrok. En omdat de rit ook twee uur was, kwam ik pas aan bij de berg om half zeven 's avonds. Om die tijd starte ik met klimmen, maar wat ik niet wist was dat het in Xian al rond acht uur donker werd. Ik heb de Hua Shan berg dus 's nachts beklommen. De beklimmen was extreem stijl, trappen die haast verticaal omhoog lopen, afgronden waar je naar van wordt en soms enkel een metalen ketting waaraan je je kunt vasthouden. Halverwegen kwam ik een groep Chinese studenten tegen waarmee ik verder naar boven geklommen ben. Ik dacht dat zij de weg wel wisten, maar op een keer waren we een beetje verdwaald. Uiteindelijk kwamen we rond half twaalf aan bij een herbergje om te overnachten. De volgende ochtend stonden we op om half vijf om de zonsopkomst vanaf de oostertop te kunnen zien. De zonsopgang was prachtig en daarna daalden we weer af. Chinezen plaatsen soms vreemde bordjes op de berg, op de top van de berg staat een bordje met de tekst 'No Jumping'! Nadat ik weer beneden was (een groot deel met een kabelbaantje), nam ik een ditmaal snellere bus naar Xian en vervolgens de trein naar Chengdu. In de trein heb ik een paar uur met een stel chinezen gepraat en de volgende ochtend om vijf uur arriveerde de snelle expresstrein in Chengdu. In Chengdu verbleef ik de eerste nacht in een jeugdherberg, ik deelde mijn kamer met drie Japanners die allen geen engels spraken.
De eerste dag in Chengdu deed ik niet zoveel bijzonders, ik heb wat rondgehangen in een theehuis omdat het regende en ik heb een immens standbeeld van Chairman Mao Zedong gezien. In die avond ging ik een biertje drinken in een bar naast het hotelletje. Ik zat alleen en een gepensioneerde chinees vroeg of ik bij hem en twee van zijn vriendinnen kwam zitten. Dat deed ik en hij leerde mij een of ander chinees drankspelletje. Het is een soor Jathzee en als je verliest dan moet je wat wijn drinken. Het was erg grappig. De man heette Peter Lin (Veel chinezen hebben ook een engelse naam) en hij sprak goed engels omdat hij in Australie gewoond heeft. Later op de avond heb ik wat gepraat met een serveerder en serveerster. En ik kreeg een aanbod of ik goedkoper wilde overnachten (gratis). Ik nam het aanbod aan omdat ik de serveerster vertrouwde. De volgende dag pakte ik mijn spullen en trok ik voor drie dagen in bij een meisje genaamd Jenny (ook een tweede, engelse, naam), zij woonde samen met een jongen genaamd Rain. Beide hebben ongeveer mijn leeftijd (18 en 16) en ze zijn erg aardig. Later op die dag at ik Oejgoerse noedels en liep ik met Rain door Chengdu, we zochten een bioscoop waar engelse film gedraaid werden, maar helaas konden we er geen vinden. 'S avonds had ik een Sichuanbarbeque, wat erg
lekker maar ook erug heet was. Het is erg bijzonder om eens te leven bij chinezen thuis. Jenny en Rain wonen in een gammel appartement dicht bij het centrum van Chengdu. Het is vrij primitief, de keuken is bijvoorbeeld buiten, maar alles went. De stad chengdu lijkt heel modern, maar achter de hoge wolkenkrabbers en gammele flats is het echte Chengdu. Gezellige straatjes vol met marktjes, restaurantjes gespecialiseerd in heet voedsel, oude chinezen die spelletjes spelen opstraat en veel fietsers, brommers en riksha's. De stad is verder heel groen en vriendelijk. Op kruispunten staan hier ook mensen met een fluitje en een vlaggetje om het oversteken in goede banen te laten verlopen. Ook zie je veel mensen gymnastieken of Tai Chi'en in de vele stadsparken. De stad is erg leuk. De tweede dag in Chengdu had ik wel een hele bijzondere maaltijd, ik heb gegeten de testikels van een haan. Ik kwam er pas achter wat het was nadat ik mijn maaltijd op had. Het smaakte overigens niet heel verkeerd. De derde dag in Chengdu vertrok ik met Rain en Jenny naar een ander stadje genaamd Leshan, daar heb ik vanuit een bootje het grootste Boeddhastandbeeld ter wereld gezien. De Boeddha keek uit over de rivier en was erg indrukwekkend. In Leshan heb ik weer iets bijzonders gegeten, namelijk eendenpoten, en dan bedoel ik echt de poten, dus met de zwemvliezen er nog aan. 'S avonds at ik in het appartement varkensoor en varkensneus. De dag erna ben ik vroeg op gestaan om naar de panda's te gaan. Tien kilometer buiten Chengdu is het Giant Panda Breeding Research Base, waar toeristen naar reuzenpanda's kunnen kijken. Ik heb in totaal vijf panda's gezien en nog een aantal kleine rode panda's. De reuzenpanda's zijn heel erg grappig, het enige wat ze doen is een beetje lui zijn en op een bamboestengels kauwen. Ik heb heel erg van die beesten genoten, omdat ze zo ontzettend lui zijn. Ze zitten helemaal achterovergeleund een beetje op die stok te kauwen. Ze lopen heel traag en rusten na elke tien meter. Het vervoer van en naar die pandatent was overigens erg lastig, bussen reden niet helemaal door tot aan de pandabase en het laatste stuk heb ik achterop een motorfiets gezeten. De terugrit zat ik in een foute taxi, de taximeter liep veel te snel. Uiteindelijk viel het overigens wel mee, 30 yuan, terwijl het eigenlijk ongeveer 10 yuan moest zijn. Maar het is tenslotte slechts 3 euro, dus ach. Na ongeveer 20 dagen in China ben ik erg gewent geraakt aan chinese
gewoonten. Eten met stokjes gaat prima, het drukkende weer is niet meer zo erg, ik ben gewent aan de drukte en het lawaai hier, hurktoiletten zijn niet meer erg en ik kan ook wel leven met het slechte engels dat chinezen spreken. In de trein staat bijvoorbeeld een bordje met 'no smothing' en dan een niet roken tekentje. Ook spellen de chinezen van het busstation dangerous als 'denngerous'.

Direct nadat ik de vorige mail verstuurd had ben ik Sichuan Hotpot gaan eten met Jenny en Rain. In china is het een heel populair gerecht, het is zoals alles hier supergoedkoop en het smaakte heerlijk. Maar wat ik daarna gegeten heb is wel heel special. Ik heb die avond namelijk de kop van een konijn afgekluifd. Rain vertelde mij dat hij dol is op konijnenkop en hij liet mij zien hoe ik het opmoest eten. Eerst breek je de kaken uit elkaar en eet je het onderste deel op, inclusief de tong die je eruit moet trekken. Daarna het bovenste deel. Met je tanden breek je de schedel en vis je de hersenen uit de kop en vervolgens kun je smullen van de ogen die je er voorafgaand met je vingers hebt uitpeuterd. Het zag er walgelijk uit, maar schijn bedriegt, want het was heerlijk (ook goedkoop, 30 eurocent). De dag erna maakte ik wat foto's van het Mao Zedong standbeeld en ging ik naar het busstation voor de bus naar Kangding. In mijn reisgids staat dat de tocht van Chengdu naar Kangding zo'n 8 uur zou moeten duren, maar na iets meer dan 5 uur was ik er al. Omdat ik verbaast was dat we al in Kangding waren, vroeg ik aan een chinese man of het daadwerkelijk Kangding was. Niet veel later betaalde de aardige chinees mijn hotel voor twee nachten en dineerde ik met hem op zijn kosten. Het is echt ongelofelijk hoe vriendelijk mensen hier zijn. De volgende dag moest de chinees, zijn naam is Tong, werken, dus ging ik alleen op pad. Kangding is een klein stadje, maar toch raakte ik na een uur lopen enigszins verdwaald. Ik vond het juiste pad weer en even later dronk ik in een klein restaurantje tibetaanse yakboterthee en at ik momo (tibetaanse dumplings) met vier aardige tibetanen. Vanuit het restaurantje liep ik naar een klein kloostertje en beklom ik een heuvel. De heuvel was overspoeld met gebedsvlaggen. Later bezocht ik nog een kloostertje waar ik om een of ander heilig wiel rondjes moest lopen van een monnik.'S avonds ging ik naar de zogenaamde 'Khamba tibetan dance hall', waar ik een tibetaanse dansshow gezien heb. Terwijl ik aan het kijken was werd ik uitgenodigd door een clubje tibetanen om met hen wat te drinken. Het was erg gezellig en een van de tibetanen gaf mij een ring uit blijk van vriendschap. Zo rond half twaalf vertrok ik weer en ging ik samen met Tong was sichuanbarbeque eten. Uiteindelijk ging ik slapen rond half twee en omdat de bus naar Litang al om zeven uur 's ochtends vertrok, besloot ik om een dag te rusten in Kangding. Ik sliep lang uit en later liep ik met Tong door Kangding. Ik had niet veel bijzonders gedaan, in de avond dronk ik wat bier met chinesen en tibetanen die toevallig in het zelfde restaurant als ons aan het dineren waren. Ik ging wel vroeg slapen. Vanmorgen stond ik vroeg op voor de bus naar Litang. De busrit was ontzettend lang, bijna negen uur heb ik in die bus gezeten. En verder was de rit bijzonder hobbelig, ik schoot een aantal maar uit mijn stoel!, omdat de bus erg gammel was en de wegen erg slecht zijn. Overigens was de rit wel prachtig, het was mooi weer vandaag en de uitzichten waren magisch. Prachtige groene bergen, met daarvoor kabbelende bergriviertjes en yakken die op de bergen grazen. Gebedsvlaggen, stupas en kloosters heb ik gezien door mijn raampje en we passeerden schitterende valleien en prachtige bergpassen. Die passen waren overigens zeer hoog, de hoogste pas die ik passeerde was op een hoogte van 4718 meter boven de zeespiegel.
Deze middag kwam ik aan in Litang, zoals ik al eerder meldde een prachtig gelegen tibetaans dorpje. De sfeer is hier geweldig. Mensen zijn hier zeer vriendelijk. Dit is echt tibetaans, de yakken grazen in de vallei, mensen lopen hier in traditionele tibetaanse klederdracht, foto's van de Dalai Lama hangen in elk huisje en Tahsi Delek is hier gebruikelijker dan Ni Hao. Ik verblijf in een klein hotelletje en tot mijn grote vreugde is hier een douche met warm water aanwezig. Voor het eerst sinds vier dagen heb ik dus weer kunnen douchen. Verder heb ik hier de luxe dat ik mijn kleding kan laten wassen. De eerste volle dag in Litang liep ik met een Australier door het plaatsje. Er was niet echt veel te zien, maar het stadje is erg relaxed en de sfeer is er geweldig. Mensen zwaaien naar je en zeggen hello, het enige engels dat zij kennen. Het plaatsje is wel erg goor, de weggetjes door het stadje zijn modderpaden. Afval, urine en andere uitwerpselen drijven rond in die modder en zwijnen lopen vrij rond in het stadje. We beklommen een heuveltje om vervolgens naar een klooster te lopen. Aldaar liepen we wat rond en een aardig monnikje van 13 jaar leidde ons rond. Communicatie met het jongetje ging erg gemakkelijk, omdat Paul (die Australier) vloeiend Mandarijn Chinees kon spreken. De monnik nodigde ons uit in zijn woning, waar we met opa kennis maakten en later dronken we thee en maakten we dumplings. Die avond bezochten we het huis van de tante van het jongetje, waar we weer thee dronken en wat met de kinders speelden. Het was fantastisch om in zo'n tibetaanse woning te komen, de sfeer is onbeschrijfelijk en mensen zijn heel aardig.
De volgende dag was ik van plan een bus te nemen naar een dorpje genaamd Xiancheng, alleen er was geen bus. Het busstation in Litang is een ramp, de mensen daar weten niets, ze zeggen maar wat. Eerst moest ik 's middags een ticket kopen en als je dan 's middags komt zeggen ze: 'kom terug om zes uur'. Ik terugkomen om zes uur en dan krijg je te horen dat er geen bus is. Ik moest dus noodgedwongen een extra dag in Litang blijven. Die dag bezocht ik nog maar eens het klooster, samen met de monnik. In de middag heb ik wat met andere reizigers rondgehangen, die ook geen busticket konden aanschaffen en daarna ben ik zo'n vier uur gaan snookeren met een jappaner en de monnik. Het enige wat mensen in Litang kunnen doen is snooker spelen, en dat doen ze ook heel veel, Litangers zijn erg goed in snooker.
'S avonds wist ik uiteindelijk een busticket aanteschaffen en de volgende dag nam ik de bus naar Xiancheng. Zo'n 12 kilometer voor Xiancheng was de weg geblokkeerd door een vrachtwagen die vastzat op een stapel rotsen. Het heeft hier de laatste tijd flink geregend, dus er vallen veel rotsen en puin vanuit de berghellingen op de bergweggetjes. De weg was dus geblokkeerd en omdat er links van de weg een steile rotswand en rechts van de weg een diepe afgrond was, konden we er niet door. Die laatste 12 kilometer heb ik samen met drie fransen een lift genomen in een goede terreinwagen die toevallig aan de andere kant van de blokkade stond.
In Xiancheng is niets te doen, maar omdat het de enige manier is om in Zhongdian te komen, moest ik hier wel naartoe. In die middag heb ik gesnookerd met een israelier en weer geprobeerd een busticket voor de volgende dag aan te schaffen. Net als in Litang, was dit in Xiancheng ook rampzalig. De verkopers zeggen dat de weg onveilig is en dat er geen bussen rijden en dat je om vijf uur terug moet komen. Als je dan om vijf uur terug komt zeggen ze: 'kom morgenochtend om zes uur'. Uiteindelijk heb ik de volgende ochtend een ticket kunnen kopen voor de bus naar Zhongdian, maar het kostte erg veel moeite.
Die busrit was prachtig, maar ook levensgevaarlijk. Door de hevige regenval van de laatste weken liggen de wegen bezaaid met rotsen en stenen en zand, etc. De bus moest om de rotsen manouvreren en over hopen puin rijden en omdat er aan de ene kant van de weg een rotswand is en aan de andere kant een steile afgrond (vangrails kent men hier niet) is de weg dus erg gevaarlijk. De bus had tijdens de rit van 10 uur ook tweemaal een lekke band! Eerst een achterband en later een voorband. Inmiddels was ik met een groepje buitenlanders in die bus, dezelfde waarmee ik in Litang en Xiancheng heb rondgehangen. Eenmaal aangekomen in Zhongdian liep ik met vier van hen naar een hotelletje. De rest van de dag heb ik gegeten met twee fransen en een israelier en later zijn we nog wat gaan drinken. Deze dag ben ik met diezelfde twee fransen en diezelfde israelier (Abdul, Julien en Eyal) een fiets gaan huren en hebben we een fietstocht gemaakt naar hete bronnen. Hoewel de tocht niet heel zwaar was, was ik toch uitgeput omdat de lucht heel ijl is (ik zit nog steeds op een hoogte van 3200 meter). In die bronnen hebben we een tijdje gezwommen. Later begon het te stortregenen, dus gingen we naar een sauna. De regen stopte niet, dus we namen een lift terug naar Zhongdian. In Zhongdian ben ik wat gaan internetten (nu) en zo direct ga ik dineren. Morgen ga ik met een bus naar een stadje genaamd Lijiang, maar ik weet niet zeker of ik daar wel aankom morgen, want men zegt weer dat de weg te gevaarlijk is. Deze route is erg avontuurlijk vanwege alle problemen onder weg en de armoede in deze streek maar ik ben zeer blij dat ik deze route naar Lijiang genomen heb omdat de landschappen prachtig en de mensen ongelofelijk vriendelijk zijn.